De bedoeling van de kaarten
Werkvormen voor Systemisch Werken met de Seizoenen
Deze kaartenset helpt om stil te staan bij wat speelt in jezelf, je werk of een team. De beelden en teksten openen het gesprek, maken patronen zichtbaar en geven taal aan wat onder de oppervlakte leeft. Niet het antwoord staat centraal. Maar datgene wat zichtbaar, voelbaar en bespreekbaar wordt.
De kaart vertelt niet wat er aan de hand is. De kaart helpt kijken naar wat mogelijk onzichtbaar is en naar wat zich aandient. De bedoeling van de kaarten is niet om snel een antwoord te vinden. Ze helpen om beweging te brengen, patronen zichtbaar te maken en de onderstroom te laten spreken. Niet iedere situatie hoeft onmiddellijk in één seizoen te worden ondergebracht. De seizoenen zijn een lens. Ze helpen je kijken naar ritme, timing en beweging. De kunst is niet om steeds vooruit te bewegen, maar om te herkennen wat nu aan de orde is – en wat niet.

Scroll op deze pagina direct naar…
-
Werkvormen voor individuele coaching
-
Werkvormen voor teamcoaching
-
Werkvormen voor individueel gebruik
Je kunt op verschillende lagen werken
De seizoenen
Tot volle wasdom komen, rijpen en zichtbaar worden. Wat in de lente ontstond, krijgt vorm en wordt volledig zichtbaar. Het gaat niet langer om groter worden, maar om voller, helderder en duidelijker worden.
Oogsten, onderscheiden en loslaten. De beweging keert naar binnen. Wat heeft vrucht gedragen? Wat verdient erkenning? Wat kan worden meenomen en waar kun je je aan onthechten, loslaten?
Verstillen, naar binnen keren en ontvankelijk worden. De beweging komt tot rust. Tijd om af te ronden, afscheid nemen, rusten. Niet-weten en stilte krijgen ruimte. Niet om niets te doen, maar om ontvankelijk te worden voor wat zich later opnieuw kan aandienen.
Een belangrijke vraag bij het werken met de kaarten is daarom steeds: welke beweging is nu aan de orde – en welke nog niet?
Levensfasen
De seizoenen kunnen ook als symbolische lens worden gebruikt om naar verschillende levensfasen te kijken. Bijvoorbeeld:
-
0 – 21 jaar lentefase in je leven
-
21 – 42 jaar zomerfase in je leven
-
42 – 63 jaar herfstfase in je leven
-
63+ jaar winterfase in je leven

Systemische principes
-
Ordening
-
Plek/binding
-
Balans tussen geven en nemen
-
Bestemming
Gebruik deze principes niet als diagnose, maar als ‘lens’: een manier van kijken en als mogelijke ingang voor verder onderzoek.
Luister niet alleen naar woorden
Let tijdens het werken met de kaarten ook op:
-
Stilte
-
Emoties
-
Lichamelijke reacties
-
Energie
-
Weerstand
-
Onverwachte inzichten
Vraag bijvoorbeeld:
-
Wat merk je terwijl je hiernaar kijkt?
-
Verandert er iets in je lichaam?
-
Waar gaat je aandacht als vanzelf naar toe?
Zeven systemische vragen
Gebruik deze vragen als mogelijke verdieping. Je hoeft ze niet allemaal te stellen. Volg wat zich aandient.
-
1Wat raakt jou als eerste?Kijk eerst naar het beeld of lees de tekst. Waar gaat je aandacht als vanzelf naartoe?
-
2Wat wordt zichtbaar dat je eerder niet zag?Welke beweging, welk patroon of welk inzicht dient zich aan?
-
3Waar raakt dit aan?Blijf nog even bij het eerste antwoord. Wat ligt er onder de oppervlakte? Waar herken je deze beweging? Is dit bekend of juist nieuw?
-
4Welke plek neem jij in?Waar sta je ten opzichte van het vraagstuk? Herken je dit, en zo ja waarvan? Is dat ook de plek die nu bij jou past? Kun je daar vrij staan en bewegen?
-
5Wat is van jou – en wat mogelijk niet?Wat hoort werkelijk bij jou? Is er iets wat je bent gaan dragen of doen dat mogelijk bij iemand anders hoort?
-
6Wat vraagt erkenning?Wie of wat is nog onvoldoende gezien? Soms ontstaat beweging pas wanneer iemand, iets of een gebeurtenis erkenning en een plek krijgt.
-
7Welke kleine beweging past bij dit moment?Niet de grootste stap. Maar de eerstvolgende beweging die past bij waar je nu bent.





Werkvormen voor individuele coaching
1. Verleden – heden – toekomst
-
Kaart 1: verleden
Wat heeft je hier gebracht? -
Kaart 2: heden
Waar sta je nu? -
Kaart 3: toekomst
Wat komt in beeld wanneer je naar voren kijkt?
Laat eerst de beelden spreken en lees daarna pas de teksten. Onderzoek vervolgens:
-
Wat valt je op aan de drie kaarten samen?
-
Waar zit beweging?
-
Waar stokt iets?
-
Welke kaart trekt het meeste je aandacht?
-
Welke seizoenen zie je terug?
-
Past die beweging bij waar je nu bent?
2. De seizoensscan
-
Wat kenmerkt dit seizoen voor jou?
-
Welke beweging past daarbij?
-
Wat vraagt dit seizoen van jou?
-
Wat probeer je misschien te doen terwijl het daar nog niet de tijd voor is?
-
Wat hoeft juist niet?
-
Aan wie of wat ben je loyaal in deze situatie?
-
Kun je verbonden blijven en toch je eigen beweging maken?
3. Loopbaan of levensreis
-
De school- en studieperiode tot ongeveer 21 jaar
-
Levens- en loopbaanstappen tussen ongeveer 21 en 42 jaar
-
Levens- en loopbaanstappen tussen ongeveer 42 en 63 jaar
-
De periode vanaf ongeveer 63 jaar
-
Wat valt je op?
-
Waar zit veel energie?
-
Waar weinig?
-
Wat voel je in je lijf?
-
Welke kaart trekt je meeste aandacht, welke het minste?
-
Welke seizoensbeweging herken je in iedere periode?
4. Systemische verdieping
Laat de coachee één kaart trekken of kiezen.
Laat eerst het beeld binnenkomen.
Lees daarna de tekst.
Gebruik vervolgens de zeven systemische vragen.
Niet de uitleg van de kaart is belangrijk, maar wat er door de kaart zichtbaar en bespreekbaar wordt.

Werkvormen voor teamcoaching en opleidingen
Gebruik de kaarten bij teams als ingang voor waarneming en dialoog, niet als diagnose.
Een kaart vertelt niet hoe het team is en tegen vraagstukken aankijkt. De kaart kan wel iets zichtbaar maken dat aanleiding geeft tot een betekenisvol gesprek.
1. Teamdialoog
Bepaal samen eerst het vraagstuk waar jullie naar willen kijken, wat is de onderzoeksvraag? Iedereen kiest intuïtief één kaart. Geef eerst individuele kijktijd. Laat iedereen daarna kort vertellen:
-
Wat je ziet
-
Wat je voelt of merkt
-
Wat je raakt
-
Wat zegt deze kaart voor jou over jezelf en ons team
-
Wat valt op als we de kaarten samen bekijken?
-
Welke overeenkomsten zien we?
-
Welke verschillen?
-
Wat krijgt veel ruimte?
-
Wat zien we nauwelijks, of helemaal niet?
-
Waar herken je dit in de organisatie of onze klantgroep?
-
Wat vertelt dit mogelijk over wat er momenteel in ons team speelt of in onze organisatie?
2. Het team in de seizoenen
-
Zitten we allemaal in hetzelfde seizoen?
-
Waar zitten verschillen?
-
Waar zit energie?
-
Waar stokt beweging?
-
Welke beweging is al gemaakt?
-
Welke beweging is misschien te vroeg?
-
Wat vraagt eerst erkenning voordat we verder kunnen?
-
Wat is voor dit team nu aan de orde, en wat nog niet?
-
Wat vraagt dat van het leiderschap, maar ook van ons lidmaatschap?
3. Systemisch landschap met kaarten
-
Het team
-
De klant
-
Het management
-
Het vraagstuk
-
De toekomst
-
Wat staat dichtbij?
-
Wat staat ver weg?
-
Wat kijkt naar wat?
-
Wat ontbreekt?
-
Waar zit spanning of ruimte?
-
Welke positie trekt de aandacht?
-
Wat voegt het beeld toe?
-
Welke seizoensbeweging wordt zichtbaar?
-
Wat verandert er in de waarneming?
-
Welke kleine beweging zou passend kunnen zijn?
4. Organisatieverandering
- Waar staan we nu?
Welke kaart verbeeldt de huidige situatie? - Waar komen we vandaan?
Welke kaart verbeeldt onze oorsprong of datgene wat ons hier heeft gebracht? - Welk patroon kennen we goed?
Waar vallen we gemakkelijk in terug? - Wat daarvan verdient erkenning?
Wat heeft ons gediend? Wie of wat heeft bijgedragen aan waar we nu staan? - Waar ligt onze loyaliteit?
Aan wie of wat zijn we verbonden in deze verandering? En: kunnen we die verbinding erkennen en toch een nieuwe beweging maken? - Wat nemen we mee, en wat niet?
Wat behoort tot onze kracht en geschiedenis? En wat past niet meer bij de volgende fase? - Wat dient zich aan?
Welke kaart zegt iets over de beweging die mogelijk voor ons ligt?
Werkvormen voor individueel gebruik
1. Weekkaart
-
Wat zie je nu?
-
Is er iets veranderd?
-
Waar herken je de kaart in je werk of leven?
-
Wat ontvouwt zich?
2. Dagreflectie
-
Welke kaart past vandaag?
-
Wat vraagt aandacht?
-
En eventueel: wat hoeft vandaag juist niet?
3. Jaarreflectie
-
Welke beweging zie je?
-
Welk seizoen krijgt veel ruimte?
-
Welk seizoen weinig?
-
Waar herken je expansie?
-
Waar contractie?
-
Waar stilte?
-
Welke overgang vraagt aandacht?
4. Intuïtief kiezen

